Anekdotes

19 Februari 2020

Het beste medicijn!

Het was zomer 1987. Na een herintredingscursus van 3 maanden op ‘de Cloese’ was ik net begonnen bij de surveillancedienst. Dat was wel weer even wennen als je er een aantal jaren tussen uit geweest bent en eerst weer de schoolbanken in moet. Inmiddels was ik moeder van vier kinderen. De oudste was net 9 jaar, de jongste was 4 en “papa was ‘mama’ geworden” zoals onze 7 jarige zoon trots aan zijn schooljuf verteld had. Papa had inmiddels aan huis een eigen ontwerpstudio en drukkerij opgestart en het feit dat papa dan altijd thuis was en op school voorlees vader werd, vond onze zoon stoerder dan dat zijn mama weer bij de politie ging werken.

Tijdens onze surveillanceronde kregen mijn collega en ik de melding van een ‘onwel wording’ bij Albert Heijn aan de Deventerstraat. Met ‘spoed’ gingen wij ter plaatse. Bij binnenkomst in de winkel werden wij opgevangen door de bedrijfsleider, die ons vertelde dat het een oudere dame betrof en dat zij zojuist weer ‘bijgekomen’ was.  Zij was tijdens het afrekenen van haar boodschappen niet goed geworden en even buiten bewustzijn geweest, zo vertelde de bedrijfsleider, terwijl hij ons naar het slachtoffer leidde. Voorbij de kassa troffen wij, zittend in de ruime vensterbank, twee keurig geklede dames op leeftijd – ik schatte midden 80 – , waarvan de één de andere ondersteunde. Het slachtoffer was redelijk goed aanspreekbaar en kon ons vertellen wie zij was. De andere dame bleek haar vriendin te zijn.

Gelijktijdig kwamen twee ambulancebroeders de winkel binnen lopen. Zij vroegen aan het slachtoffer hoe het met haar ging en of zij kon vertellen wat er gebeurd was. Zij deed haar relaas, aangevuld door haar vriendin, die vertelde dat dit de eerste keer was dat mevrouw niet goed geworden was en even weggevallen was. Toen één van de ambulancebroeders, na enig onderzoek, aan het slachtoffer vroeg of zij medicijnen gebruikte, antwoordde zij volmondig met een overtuigend “ja”. Haar vriendin schudde haar hoofd en zei dat ze in de war was en dat er geen sprake was van medicijngebruik. Als herboren antwoordde mevrouw: “ ja hoor ik gebruik wèl een medicijn. Ik drink elke dag een glaasje jenever! Mijn huisarts heeft mij verteld dat dit het beste medicijn is!” Voor de zekerheid hebben de broeders haar toch maar even voor verder onderzoek met de ambulance meegenomen naar het ziekenhuis.

Toen wij later bij terugkomst op het bureau van de ambulancebroeders vernamen dat alles in orde was met de dame en dat de zomerwarmte en de inspanning van het boodschappen doen in combinatie met vochttekort de mogelijke oorzaak waren van de onwel wording van deze krasse dame, konden wij samen hartelijk om haar medicijn opmerking lachen.

Ik heb nog vaak met een glimlach aan dit voorval moeten denken.

Ella Wiegers

07 Januari 2020

De schrik zat er goed in.

Vanuit de meldkamer politie Epe, werden wij, 1 collega uit Epe en 1 ondersteunende collega uit Apeldoorn gevraagd om te gaan naar een kruising in Epe, waar een ernstige aanrijding met letsel had plaatsgevonden . We vertrokken vanuit bureau Epe, met optische- en geluidsignalen, over de Heerderweg in zuidelijke richting. Op het moment dat wij over deze voorrangsweg reden, zag ik vanuit een zijweg een gele Volkswagen Kever, voor mij de weg oprijden. Wij waren deze kruising slechts op enkele tientallen meters genaderd. Er restte mij – als chauffeur – niets anders dan links om de kever te rijden . De bestuurder van de Kever dacht kennelijk hetzelfde: Naar links gaan. Dit maakte, dat ik met onze Volvo de stoep moest oprijden om een aanrijding te voorkomen, precies tussen een lantaarnpaal en de gevel van één van de woonhuizen door, om uiteindelijke – met het nog steeds volledige “orkest” in werking – in de tuin van één van die huizen tot stilstand te komen . Ik keek op dat moment recht in de kamer van de bewoner. Ik zag, dat de man zijn concentratie op de krant onderbrak en vanachter zijn krant ons in het gezicht aankeek. De collega uit Apeldoorn riep tijdens de laatste fase van deze rit: “Zag je die lantaarnpaal. Zag je die lantaarnpaal.” Kennelijk had die veel indruk op hem gemaakt. Eindresultaat was dat we niet meer naar de melding konden, want de voortrein van de auto was engszins misvormd. De auto bleek later totall los te zijn. Het gezicht van de bewoner en de reactie van de collega uit Apeldoorn vergeet ik nooit meer.

Jos van der Kolk

03 November 2019

Bijzondere insluiping…

Tijdens een nachtelijke dienst in de jaren 80 werden we geroepen naar een woonadres in Putten, waar een inbraak zou hebben plaatsgevonden. In de woning werden we te woord gestaan door de bewoner. De man vertelde ons, dat hij die avond elders had vertoefd en dat zijn vrouw alleen thuis was geweest. Bij zijn thuiskomst lag zijn vrouw al boven in bed. Hij kleedde zich vervolgens om en ontdekte in de afvalemmer in de doucheruimte …… een gebruikte condoom. Stomverbaasd vertelde de man deze ontdekking aan zijn vrouw. Naar zijn zeggen was zij ook heel verbaasd en zij vertelde, dat zij de hele avond thuis was geweest en dat zij in de woonkamer naar de televisie had gekeken. 

Hij kwam al snel tot de conclusie, dat er die avond ingebroken moest zijn in de slaap- of badkamer en dat de inbreker waarschijnlijk de gelegenheid te baat had genomen om een leuke meid mee te nemen. Tijdens het gesprek met de bewoner verzochten wij hem om zijn vrouw te mogen spreken, doch zij wilde liever in bed blijven liggen, omdat ze zo moe was. Hierop hebben we – zonder in de lach te schieten – een heel serieus onderzoek ingesteld. Na afloop daarvan deelden we de man mee, dat we heel weinig inbraaksporen hadden kunnen ontdekken. Hoe dit later is afgelopen met die twee, is mij niet bekend. Dat wil ik eigenlijk ook niet weten!

Laurens van de Steeg.

07 Augustus 2019

Geheim agent Max, collega van James Bond.

Het was een warme zomerdag in het begin van de jaren zeventig. In de agentenwacht van ons bureau aan de Deventerstraat hing, zoals in die tijd gebruikelijk, de dagelijkse dienstlijst die door brigadier Jan Tabak was samengesteld. Per dag werd door hem dit grote formulier met de hand ingevuld en iedere collega , die die dag dienst had , kon precies zien wat er die dag van hem of haar werd verwacht. Op de lijst stonden allerlei voor ons bekende tekens en teksten, die inhielden wat iedere collega die dag moest doen.

Die bewuste morgen stond ook ik voor de dienstlijst en zag dat voor mij tussen elf en twaalf een “surveillancerondje Hoofdstraat” stond ingepland. Op de lijst stond bij mijn naam voor dat uur een groene hoofdletter H ingevuld en dat betekende voor mij een uurtje surveilleren in het centrum. Bewapend met een portofoon, met meestal een slecht bereik, wandelde ik richting het centrum van onze stad waarbij van mij werd verwacht dat ik toeristen de weg wees en daar waar nodig verbaliserend optrad tegen verkeerszondaars.

In principe was de Hoofdstraat het eigenlijke surveillancegebied, maar via de Beekstraat kwam ik terecht op de hoek bij de Stationsstraat en daar gebeurde het volgende:

Een aantal passanten stond gniffelend te kijken naar een voor mij onbekende man, die gehurkt achter een geparkeerde auto zat. Voor de temperatuur van die dag was de man opvallend gekleed. Hij droeg een donkere lange winterjas en een zwarte pet met grote oorkleppen sierde zijn hoofd. Met een grote zonnebril waren zijn ogen afgeschermd en het leek alsof hij in zichzelf zat te praten.

Plotseling ging hij staan en maakte aanstalten om weg te rennen met als gevolg dat een naderende auto met gierende banden tot stilstand kwam. De man schrok en dook weer achter de geparkeerde auto en gehurkt keek hij angstvallig om zich heen. Ik ging gehurkt naast hem zitten en vroeg hem wat hij aan het doen was. Het antwoord was verrassend. Hij was geheim agent genaamd Max, een collega van James Bond en hij was een spion aan het volgen. Het was voor mij niet moeilijk om de inschatting te maken dat Max een verstandelijke beperking had en dat het voor zijn veiligheid beter was dat hij van straat werd gehaald. Max bleef schichtig om zich heen kijken en bleef in zijn rol van geheim agent. Rustig zei ik tegen hem: “Kom Max, ga maar met me mee dan gaan we samen die spion volgen”. Zonder verdere problemen liep hij mee over het Marktplein naar ons bureau aan de Deventerstraat.

Ik bracht hem naar de ons bekende passantenkamer en vroeg aan collega’s of iemand deze man kende. Helaas was dat niet het geval en ik probeerde Max zo ver te krijgen dat hij zou vertellen wie hij echt was en waar hij vandaan kwam. Maar dat had niet direct het gewenste resultaat. Hij was geheim agent en een collega van James Bond en voor de rest moest ik het maar uitzoeken. Op mijn verzoek zette Max zijn pet af en deed hij zijn winterjas uit. Hij was zwaar bezweet en ik weet nog dat hij ondanks de hitte geen koffie of water wilde. Hij was bang dat ik hem wilde vergiftigen. Om zijn nek droeg hij een kleine verrekijker en onderzoek van zijn winterjas leverde verrassende zaken op. Aan de binnenkant van de jas waren op een provisorische manier allerlei touwtjes vastgemaakt en aan die touwtjes hingen attributen zoals een schroevendraaier, een kleine zaklamp en een bosje touw. Allemaal zaken die volgens Max hoorden bij de uitrusting van een geheim agent. Gelukkig vond ik ook een treinkaartje waaruit ik kon afleiden dat hij wellicht die dag vanuit Hilversum was vertrokken. Contact met de politie Hilversum leverde gelijk resultaat op. Max was weggelopen uit een gesloten inrichting gevestigd in Hilversum en vanuit deze instelling zou men hem zo snel mogelijk komen halen. In afwachting van de komst van een personeelslid van deze inrichting bleef Max ons intensief bezighouden met zijn onsamenhangende verhalen over zijn jarenlange ervaring als geheim agent en ik werd uitgenodigd om een keer met hem mee te gaan, maar ik moest dan wel een donkere aangepaste winterjas en een pet meenemen. Van het personeelslid van de inrichting die Max kwam halen kreeg ik te horen dat Max constant met zijn rol als geheim agent bezig was en dat hij, wanneer hij de kans kreeg, wegliep een treinkaartje kocht en het land introk. Zeer onder de indruk nam ik afscheid van Max, de collega van 007.

Dit voorval is één van de vele ervaringen uit mijn periode bij de surveillancedienst waar ik af en toe nog wel eens met een glimlach aan terugdenk.

Joop Hoekman.